www.Karsttates.com |
||
Aanslag doet monarchie niet wankelen |
||
|
|
Een aanslag op de koninklijke familie, maar ook een aanslag op het gevoel van nationale saamhorigheid. Beiden zijn donderdag mislukt. Al is er wel verdriet en rouw over de slachtoffers. Buitenlanders verbazen zich er al jaren over. Op Koninginnedag bewegen de Nederlandse koningin en haar familie zich vrij onder het publiek. Hier worden er handen geschud, daar wordt een praatje gemaakt en als de prinsen er echt zin in hebben dan trappen ze een balletje of doen ze een ronddedansje. Maken de leden van het Nederlandse Koninklijk Huis zich geen zorgen over hun eigen veiligheid, zo vragen waarnemers zich geregeld af. Nederlanders vinden het prachtig. Ieder jaar op 30 april komt het vorstenhuis naar het volk toe. Koningin Beatrix, die bekend staat als behoorlijk afstandelijk of zelfs als nagenoeg ongenaakbaar, is dan even bijna aanraakbaar. En het gemeenschappelijk oranjegevoel voelt weldadig aan. Het doet even alle maatschappelijke tegenstellingen en verdeeldheid vergeten. Koninginnedag is niet alleen de dag van de koningin maar ook die van de nationale verbondenheid. Misschien wel juist daarom dat niemand kritiek levert op de soms kinderachtige spelen die tijdens die dag worden georganiseerd. Welke volwassene gaat op een willekeurige andere dag van het jaar midden op straat zaklopen of koekhappen? Niemand dus. Maar op 30 april is dat geen probleem. We hebben het gezellig onder elkaar. Scherper toezicht Veel deskundigen, politieke woordvoerders en experts zijn het er over eens dat na 30 april 2009 de ongedwongen sfeer op Koninginnedag voorgoed voorbij is. De actie van een man, afgelopen donderdag, heeft niet alleen zes onschuldige burgers van het leven beroofd maar ook aangetoond hoe kwetsbaar de beveiliging van de koninklijke familie is. Ongetwijfeld zal dat in komende jaren leiden tot een verscherping van de veiligheidsmaatregelen. Of dit werkelijk tot gevolg zal hebben dat bij een eventuele volgende Koninginnendag de koningin de menigte alleen maar van achter de gepantserde ramen van een dichte limousine zal toelachen, is onduidelijk. Wel zal het devies , meer dan tot nu toe, zijn: veiligheid gaat voor alles. Hoe die verhoogde beveiliging vorm moet krijgen, zullen experts uitmaken. Belangrijk is wel dat zij zoeken naar een goed evenwicht tussen afscherming en toegankelijkheid. De leden van het Koninklijk Huis worden gezien als mensen van stand, maar ze moeten voor de burger wel zichtbaar en benaderbaar blijven. Zodra de afstand tussen het koningshuis en het volk te groot wordt, zal dat knagen aan de sympathie voor de koninklijke familie. Vandaar dat die ene dag in het jaar waarop vorstin en volk samen feest vieren van zo grote betekenis is. Het volk dienen De betekenis van het koningschap beperkt zich overigens niet tot die ene jaarlijkse publieke ontmoeting tussen koningin en onderdanen. De vorstin zelf beseft maar al te zeer dat zij een taak heeft te vervullen ten opzichte van het volk die dag in dag uit haar aandacht vraagt. Bij haar inhuldiging in 1980 in der Nieuwe Kerk te Amsterdam zei ze: „Slechts de wil de gemeenschap te dienen, kan inhoud geven aan hedendaags koningschap.” Het volk dienen, dat voelt zij als haar roeping. En dat houdt meer in dan zich grondig verdiepen in dossiers. Dat betekent ook er zijn op de momenten dat het volk haar nodig heeft. Algemeen wordt erkend dat de manier waarop koningin Beatrix en haar voorgangsters invulling aan hun ambtelijke taak hebben gegeven een belangrijke samenbindende factor in onze samenleving is. Nog steeds wordt met respect en grote waardering gesproken over de rol die koningin Wilhelmina vanuit Londen tijdens de bezettingsjaren heeft gespeeld. Die kan ook moeilijk overschat worden. Koningin Juliana wist de harten van Nederlanders te winnen door haar ongekunstelde en toegankelijke manier van optreden. Ze zocht de nabijheid van het volk en wist daarmee bruggen vanuit het paleis naar allerlei segmenten in de samenleving te slaan. Zij werd gezien als „de lieve moeder van het volk.” Weliswaar staat koningin Beatrix bekend als meer afstandelijk en lijkt ze soms meer manager dan moeder, maar nog altijd wordt er op cruciale momenten door het volk een beroep op haar gedaan. Dat is in de achterliggende jaren duidelijk gebleken. Toen bij voorbeeld in 2003 Theo van Gogh werd vermoord, riep nota bene Femke Halsema, als fractieleidster van een partij die niet veel met de monarchie op heeft, als eerste om de Koningin. Zij zou een matigende invloed kunnen hebben op de maatschappelijke onrust die naar aanleiding van de moord dreigde te ontstaan. Nog een voorbeeld. Breed in de samenleving was er waardering toen koningin Beatrix kort na de vuurwerkramp in Enschede de Twentse stad bezocht. Zaterdagmiddag trof de ramp Roombeek en zondagmorgen liep de koningin, zichtbaar geraakt door de ellende die ze daar aantrof, door de wijk. Op zulke momenten hangt er ook rond deze koningin iets van het aureool van de „moeder van het volk”. Boven de partijen Die samenbindende rol heeft echter niet alleen te maken met de persoon en de taakopvatting van koningin Beatrix en haar voorgangsters. Ze heeft ook een relatie met de boven-partijdigheid van de koningin. Dat zij op de troon zit, heeft niets te maken met een gunstige verkiezingsuitslag of een geslaagde campagne. Het koningschap is erfelijk en zo lang aan dat principe niet wordt getornd heeft geen enkele politieke partij, etnische groep of godsdienstige denominatie invloed op het aantreden van een nieuwe monarch. De koningin staat boven de partijen. Dat betekent niet alleen dat ze voor iedereeen aanvaardbaar, herkenbaar en aanspreekbaar moet zijn. Maar het geeft haar ook een goede uitgangspositie om in het proces van de kabinetsformatie een rol te spelen. Weliswaar gaan er in de politiek stemmen op om haar die rol te ontnemen. De procedure zou niet democratisch zijn. Toch is het nog maar de vraag of de overgang naar een gekozen formateur het formatieproces zoveel democratischer maakt. Formeel misschien wel. Het volk heeft dan invloed op degene die de regering gaat vormen. Maar of het ”democratische” hart van de burger daar echt sneller van gaat kloppen, kan worden betwijfeld. Die burger heeft soms zo genoeg van het politiek gekrakeel in Den Haag dat hij het wel eens als een verademing kan ervaren dat er ten minste nog een onafhankelijk iemand is die enigszins stuurt. De historicus dr. R. Bisschop poneerde daarom ruim tien jaar geleden in deze krant de stelling: „Hoe minder vertrouwen de bevolking heeft in de kwaliteit van de politieke besluitvorming in Den Haag, hoe groter de waardering is voor de koningin, mits zij zich boven de partijen blijft stellen.” Daarbij is beslist ook van betekenis dat de koningin sinds 1980 alle formaties heeft meegemaakt. Zij zag bewindslieden komen en gaan. Zelf bleef ze. Daarmee belichaamt ze de politieke continuïteit. Juist wanneer regeringen snel wisselen, is dat van grote waarde. Historie Er is nog een derde factor die bijdraagt aan het bindend element van het koningschap. In zeker zin vertegenwoordigt het Oranjehuis de nationale geschiedenis; dat geldt niet zozeer het Koninklijk Huis, maar juist het Oranjehuis. Het Huis van Oranje vervult een belangrijke schakel met het verleden. Het herinnert nog steeds aan de strijd die in de zestiende eeuw gevoerd werd onder leiding van Willem van Oranje om de onafhankelijkheid van ons land. Om die reden voelen velen die niet om principiële redenen voor de monarchie zijn toch niets voor vervanging van deze staatsvorm. Juist vanwege de historische betekenis van het Oranjehuis willen zij dat het koningshuis in stand blijft. Onder die groep zijn ook de meeste orthodox-gereformeerden. Velen van hen hebben de overtuiging dat juist dit vorstenhuis door God aan ons land is gegeven. Ook al wordt vandaag de dag minder vaak gesproken over de drieslag God, Nederland en Oranje, men beseft wel dat er op historische gronden een bijzondere band is tussen Nederland en Oranje. Geen draagvlak Nog altijd hebben Nederlanders veel waardering voor het koninghuis en voelen ze zich er aan verbonden. Toen Thom de Graaf, de toenmalige voorman van D66, in april 2000 pleitte voor het omvormen van onze invulling van de monarchie naar een meer ceremonieel koningschap, kopte de Telegraaf ”De aanval op Beatrix is geopend.” Vooralsnog blijkt het echter allemaal wel mee te vallen. Geen enkele politieke partij van enige betekenis voelt er momenteel voor serieus werk te maken van de ontmanteling van de monarchie in zijn huidige vorm. Alle beseffen dat de positie van ons vorstenhuis weliswaar niet onaantastbaar is, maar ongekend stevig. Mede daarom is de actie van de 38-jarige man, afgelopen donderdag in Apeldoorn, ook zo bizar. Wat zijn motief ook moge zijn geweest, hij moet hebben geweten dat met een botsing tegen de koninklijke bus koningin Beatrix niet van de troon was te stoten. Eerder het tegendeel is waar. De aanval die hij richtte op de leden van het Koninklijk Huis heeft de sympathie voor de Oranjes meer doen toe- dan afnemen. Velen zullen bovendien ontsteld zijn over de aantasting van Koninginnedag, de dag waarop de nationale gemeenschap het meest intens wordt beleefd. Ook de dag waarop niet, zoals onder koningin Juliana het volk naar de vorstin kwam, maar juist andersom de koningin naar het volk komt. Daarom ervaart een groot deel van het volk de aanslag in Apeldoorn niet alleen als een aanval op de koninklijke familie maar ook op zijn eigen saamhorigheidsgevoel. Misstap Een aanslag zoals die van donderdag zal zeker leiden tot verscherping van de beveiliging van de koningin en haar familie. Gebleken is dat mensen met verkeerde bedoelingen heel veel kwaad kunnen aanrichten; niet alleen aan burgers maar ook aan de koninklijke familie. Bedreigend voor het instituut van de monarchie is zo’n actie niet. Dat betekent overigens niet dat het instituut onkwetsbaar is. Misschien zit nog wel het meeste risico bij de Oranjes zelf. Een enkele misstap of uitglijder van leden van het Koninklijk Huis kunnen de monarchie heel snel in gevaar brengen. Een prins die een liederlijk leven leidt of een prinses die snelheidsbeperkingen voor het autoverkeer keer op keer aan haar laars lapt; een koningskind dat sjoemelt met geld en belggingen; het zijn maar enkele voorbeelden van fouten die het positieve imago van ons vorstenhuis snel kunnen verduisteren. Vooral ook omdat vandaag de dag dergelijke incidenten heel snel in de publiciteit komen. Het is dus van groot belang dat de prinsen en prinsessen goed op hun tellen passen en hun woorden wegen. Koningin Beatrix beseft dat terdege. Juist daarom regisseert zij zoveel mogelijk zaken, hetgeen haar binnen en buiten het paleis niet altijd in dank wordt afgenomen. Ze staat bekend als een strenge controlfreak. Maar zij doet dat in het belang van het voortbestaan van de monarchie en ten dienste van het volk. Ondanks dat gaat er natuurlijk van tijd tot tijd het nodige mis. Zo zal de koningin niet blij zijn met de publiciteit rond de belastingbesparing van haar zus Christina die in het buitenland belegt en daarvoor een postadres op het werkpaleis van de koningin gebruikte. Evenmin zal moeder Beatrix gelukkig zijn met het rumoer rond de aankoop van een huis in Mozambique en in Argentinië door de kroonprins. Tot nog toe bleef de herrie beperkt. Dat tekent nog steeds het draagvlak dat het Oranjehuis in ons land heeft. Gelukkig is dat ook zo. Er valt zeker kritiek te leveren op het doen en laten van het koninghuis. Ook binnen de gereformeerde gezindte is er moeite met de levensstijl van de Oranjes. Die kritiek is vaak ook gegrond. Bekend is dat het koningshuis protestantse wortels heeft, maar daarvan is vaak weinig meer zichtbaar. Dat doet pijn. Neemt niet weg dat juist ook bij orthodoxe christenen terecht veel genegenheid bestaat voor het Oranjehuis. Niet het minst omdat het besef leeft dat de Koningin een sterke bindende factor in de samenleving is. Juist in een tijd van toenemende tegenstellingen in de maatschappij is dat van onschatbare waarde.
|
|
|
||