APELDOORN - Tot het fatale moment verloopt alles perfect: Enkele seconden later is Apeldoorn een oorlogsgebied. Een nachtmerrie is uitgekomen.
Een stad in het Midden-Oosten na een aanslag. Die aanblik biedt Apeldoorn donderdagochtend om tien voor twaalf. Op de grote kruising bij de gedenknaald voor het huwelijk van koningin Wilhelmina en prins Hendrik ligt een tiental mensen bloedend op het asfalt. Anderen zitten versuft op het trottoir.
Tegen het hek om de naald is een zwarte Suzuki Swift met hoge snelheid tot stilstand gekomen. Agenten houden de beklemde bestuurder door de portierramen vast met een hand op hun wapen.
Op de eerste rijen is gezien hoe de auto toeschouwers heeft geschept. Na de kreten van afschuw vliegt iedereen naar buiten. De verslaggevers, met hun speciale persbadge om van nabij reportages te kunnen schrijven over feestende Oranjes, lopen plots op een plaats delict. Honderd andere journalisten volgen de gebeurtenissen vanuit met hekken afgezette persvakken.
De slachtoffers op het wegdek liggen daar bewegingloos. Toeschouwers buigen zich over hen heen. Politiemensen en medewerkers van het Rode Kruis snellen toe, veelal op de fiets. Midden op de kruising ligt de voorbumper van de auto, te midden van glas en losse schoenen. Hier zijn mensen letterlijk van de sokken gereden.
Vandaag zou de honderdste geboortedag van koningin Juliana worden gevierd. Het koninklijke gezelschap heeft vanaf tien uur rondgewandeld in het Oranjepark om te participeren in het traditionele aanbod van sport en spel.
Oranjezonnetje
Het woord Oranjezonnetje is, de clichéwaarde ten spijt, al vele malen gevallen. De stemming is uitgelaten. ‘Wat elegant’, zegt prinses Marilène plagerig tegen haar man Maurits, als de prins uit een boom komt zakken aan riemen die rond zijn kruis zijn vastgesnoerd.
De prinsen en prinsessen voldoen perfect aan de opdracht die de duizenden toeschouwers hebben gegeven in een stilzwijgende afspraak die wortelt in de geschiedenis: Make My Day. Ze zwaaien, gaan gewillig op de foto, nemen kleine cadeautjes in ontvangst en zijn vooral heel lief voor kinderen en oude van dagen. Zo hoort het.
Dan, bij twaalven, is het tijd voor de opening door koningin Beatrix van twee tentoonstellingen in Nationaal Museum paleis Het Loo. Aansluitend zal de familie voor het eerst sinds bijna dertig jaar een defilé afnemen, met op het bordes, zo is de hoop, veel kleinkinderen van de vorstin, onder wie Amalia.
Ontzet
Maar in plaats daarvan is de bus met verhoogde snelheid richting een zijvleugel van Het Loo gereden. De Oranjes zijn ontzet, inclusief de jarige Pieter van Vollenhoven, in een andere hoedanigheid voorzitter van de Onderzoeksraad voor veiligheid. Weg zijn de fotografen. Nu zwermen er extra veel persoonsbeveiligers in donker pak rond het voertuig. Eentje is achter aan de bus gaan hangen – taferelen die aan de moord op Kennedy doen denken.
Op het dak van Het Loo zit royaltydeskundige Reinildis van Ditzhuyzen klaar. De bedoeling is dat zij commentaar geeft bij de NOS, terwijl de familie zich opfrist voordat het tijd is voor expositie en defilé. Ze wil benadrukken dat Koninginnedag een dag is om trots op te zijn. ‘Zo’n goede sfeer, zo mooi, zo aandoenlijk, laten we dit koesteren’, zijn de woorden die ze zich voorneemt uit te spreken.
Binnen zit de Raad van Toezicht van Het Loo klaar. Onno Ruding bijvoorbeeld, de oud-minister, Saskia Stuiveling, president van de Algemene Rekenkamer, Flip Maarschalkerweerd, directeur van het Koninklijk Huisarchief.
Bedrukt
Maar ze krijgen de familie niet meer te zien. De Oranjes gaan, gebogen en bedrukt, naar het naburige jachtslot Het Oude Loo, van waaruit zij ook deze dag begonnen zijn. De lunch daar heeft elke attractieve waarde verloren. Burgemeester De Graaf kondigt voor Het Loo de afgelasting aan van alle activiteiten.
Van Ditzhuyzen komt van het dak af zonder in de uitzending te zijn geweest. Ze vreest dat dit ‘het einde van een tijdperk’ is. De museumstaf loopt ontgoocheld op het voorplein. Voor Renny van Heuven-van Nes valt de presentatie van het lijvige Koninklijk Fotoalbum, waaraan jaren is gewerkt, in duigen.
De Oranjegezinde inwoners van Apeldoorn zijn alle animo voor vertier kwijt. De grote vraag is: wie doet zoiets? Op een mooie dag in hun leven zijn argeloze toeschouwers die in vervoering naar de Oranjes stonden te zwaaien, door een zwart fantoom aangereden.
A-woord
Het a-woord waarover zo lang werd gespeculeerd, viel in Apeldoorn niet. Geen abdicatie – geen troonsafstand door Beatrix.
De a werd de a van aanslag, de a van een actie, bewust gericht tegen de eerste familie van het land.